Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Onder 3.7. Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:481.
37. De rechter zal ruimhartig moeten omgaan met de vraag of zijn waarneming verrassend voor openbaar ministerie en verdediging kan zijn. Toepassing van een evidentiecriterium ligt hier voor de hand. Als in het dossier een verdachte wordt omschreven als zeer lang en de enige medeverdachte als het kleintje en beiden verklaren ter plaatse te zijn geweest dan kan de rechter op grond van zijn eigen waarneming ter terechtzitting de in het dossier aan de zeer lange toebedeelde rol toeschrijven aan de verdachte. Zonder enige vermelding in het proces-verbaal van de zitting kan het bewijsmiddel eigen waarneming dan worden gebruikt. Als de op het eerste gezicht aanwezige evidentie makkelijk te relativeren valt dan zal de waarneming ter terechtzitting ter sprake moeten worden gebracht. Denk aan kenmerken als lang/kort haar, een snor of baard en dergelijke. De rechter moet dus oog hebben voor het relativeren van de evidentie aan de hand van de aard van de kenmerken en de omstandigheden van het geval.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff, en de alinea staat in dat document op bytes 46728 tot 47748.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d4dec1ea8524194f244fa95602805bc06baa630a3e6c9d12d0ff226050cd86ff | shasum -a 256