Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2019
Onder 3.14. Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:486.
De klacht faalt. Bij het gewijsde in de hoofdzaak is [A] jegens F.N.I. veroordeeld tot vergoeding van de door Tresforte geleden en nog te lijden schade als gevolg van de toerekenbare tekortkoming van [A] in haar verplichtingen uit de koopovereenkomst betreffende gebouw [kantoorpand] , nader op te maken bij staat. Die beslissing veronderstelt dat F.N.I. vorderingsgerechtigd was. Het gezag van gewijsde van die beslissing is niet afhankelijk van de vraag of [A] in de hoofdzaak op dit punt wel of niet verweer heeft gevoerd. Zij kon dit verweer niet voor het eerst in de schadestaatprocedure voeren. Dat zou mijns inziens anders zijn indien F.N.I. ná het gewijsde in de hoofdzaak haar vordering op een derde zou overdragen, althans op een zodanig moment dat Tresforte die omstandigheid niet meer in de hoofdzaak kon inbrengen. Dat dit zich heeft voorgedaan, houdt de klacht niet in. De memorie van antwoord onder 186 en 188, waarnaar de klacht verwijst, vermeldt feiten die zich in 2006 en 2007 hebben voorgedaan, dus voorafgaand aan het hoger beroep in de hoofdzaak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11767feb5d2e586a40d5aced3f9fbf0a56b88ef55f70da91fced0ba9a707c569. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11767feb5d2e586a40d5aced3f9fbf0a56b88ef55f70da91fced0ba9a707c569, en de alinea staat in dat document op bytes 37327 tot 38474.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/11767feb5d2e586a40d5aced3f9fbf0a56b88ef55f70da91fced0ba9a707c569 | shasum -a 256