Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2019

Onder 4.3. Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:486.

Wat betreft het bestaan en de omvang van beweerdelijk geleden schade gelden in beginsel de gewone bewijsregels, zij het ook dat de rechter bij de begroting van de schade veel vrijheid heeft en de schade ook mag schatten. Overeenkomstig die gewone regels draagt in beginsel F.N.I. de stelplicht en bewijslast. Voor zover de klacht de strekking heeft dat dit wat betreft de stelplicht in het onderhavige geval anders is, laat de steller van het middel ons raden naar de gronden daarvoor. Mogelijk berust de formulering van de klacht op de verwarring die gemakkelijk ontstaat doordat het verschijnsel dat aan een partij verhoogde eisen worden gesteld wat betreft de motivering van haar betwisting van door de wederpartij te stellen feiten, veelal wordt aangeduid met de niet-adequate term ‘verzwaarde stelplicht’. Het is juist op díé figuur dat het vervolg van de klacht zich beroept.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11767feb5d2e586a40d5aced3f9fbf0a56b88ef55f70da91fced0ba9a707c569. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11767feb5d2e586a40d5aced3f9fbf0a56b88ef55f70da91fced0ba9a707c569, en de alinea staat in dat document op bytes 41495 tot 42559.