Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:495.

De aanhouding, detentie en strafrechtelijke vervolging van de verdachte zijn in strijd geweest met de artikelen 10 en 11 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en de artikelen 19 en 21 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). De in deze artikelen verankerde rechten (het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op vergadering) van de verdachte zijn door de aanhouding de facto teniet gedaan en daarmee in de kern aangetast. Een belang van de Staat bij onverwijlde aanhouding weegt daar niet tegenop. Voor zover het nodig zou zijn bevonden in verband met het voorkomen van wanordelijkheden beperkingen aan de demonstratievrijheid van de verdachte te stellen, hadden andere middelen dan aanhouding ten dienste gestaan. De aanhouding, detentie en strafrechtelijke vervolging moet tegen deze achtergrond als disproportioneel worden aangemerkt, zodat niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging in de rede ligt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1b2e44ba44562ab15c5f178bc0c9fd15899a70541ce068cc7a64103009c3ee85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1b2e44ba44562ab15c5f178bc0c9fd15899a70541ce068cc7a64103009c3ee85, en de alinea staat in dat document op bytes 11659 tot 12716.