Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:495.
Naar het oordeel van het hof vormden de hierboven bedoelde feiten en omstandigheden voldoende grond voor de conclusie dat op het moment van aanhouden sprake was van een redelijk vermoeden van schuld van de verdachte aan enig strafbaar feit als bedoeld in artikel 138 van het Wetboek van Strafrecht. De vraag is evenwel hoe de maatregelen die daarop volgden, moeten worden gewaardeerd met het oog op het beroep dat namens de verdachte is gedaan op de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte. Daartoe overweegt het hof als volgt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1b2e44ba44562ab15c5f178bc0c9fd15899a70541ce068cc7a64103009c3ee85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1b2e44ba44562ab15c5f178bc0c9fd15899a70541ce068cc7a64103009c3ee85, en de alinea staat in dat document op bytes 16538 tot 17122.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1b2e44ba44562ab15c5f178bc0c9fd15899a70541ce068cc7a64103009c3ee85 | shasum -a 256