Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:495.

12. Het door art. 10 EVRM beschermde recht op vrijheid van meningsuiting is niet absoluut. Op grond van art. 10, tweede lid, EVRM kan de vrijheid van meningsuiting worden beperkt, indien de beperking a. bij wet is voorzien, b. één van de doelen zoals vervat in die bepaling dient en c. noodzakelijk is in een democratische samenleving. De steller van het middel bestrijdt niet dat de aanhouding en het ophouden voor onderzoek van de verdachte onder de omstandigheden van het onderhavige geval beperkingen impliceren van de door art. 10 EVRM beschermde vrijheid van meningsuiting. Uiteraard wordt ook niet bestreden het oordeel van het hof dat deze beperkingen bij wet zijn voorzien en een op zichzelf legitiem doel dienen. De primaire klacht keert zich enkel tegen het oordeel van het hof dat de aanhouding en het ophouden voor onderzoek niet noodzakelijk waren in een democratische samenleving.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1b2e44ba44562ab15c5f178bc0c9fd15899a70541ce068cc7a64103009c3ee85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1b2e44ba44562ab15c5f178bc0c9fd15899a70541ce068cc7a64103009c3ee85, en de alinea staat in dat document op bytes 27053 tot 27964.