Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:495.
13. Bij de beoordeling of een beperking van de door art. 10 EVRM gegarandeerde uitingsvrijheid in een democratische samenleving noodzakelijk is (ad c.), houdt het Hof rekening met drie factoren: 1. is sprake van een “pressing social need”, 2. is de inmenging proportioneel gelet op het daarmee beoogde doel en 3. zijn de voor de inmenging aangevoerde redenen “relevant and sufficient”. Daarbij teken ik wel aan dat deze factoren in de praktijk niet altijd even scherp van elkaar worden onderscheiden en dat de autoriteiten van de Partijstaten een zekere “margin of appreciation” toekomt. In zijn beoordeling betrekt het Hof alle omstandigheden van het geval. Het Hof toetst aldus op casuïstische wijze, waarbij het uiteraard gewicht toekent aan de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. In dit verband wil ik twee uitspraken van het EHRM in het bijzonder belichten, omdat, als ik het goed zie, de casusposities in die zaken in relevante mate overeenkomen met die van de onderhavige zaak.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1b2e44ba44562ab15c5f178bc0c9fd15899a70541ce068cc7a64103009c3ee85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1b2e44ba44562ab15c5f178bc0c9fd15899a70541ce068cc7a64103009c3ee85, en de alinea staat in dat document op bytes 27972 tot 29189.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1b2e44ba44562ab15c5f178bc0c9fd15899a70541ce068cc7a64103009c3ee85 | shasum -a 256