Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:495.

16. In vergelijkbare zin heeft het hof Amsterdam in de onderhavige zaak geoordeeld dat de door de politie genomen maatregelen in onderlinge samenhang bezien als disproportioneel moeten worden aangemerkt. Daarbij zijn die maatregelen door het hof afgezet tegen (aldus het hof) het “vreedzame en ludieke karakter” van de demonstratie, alsmede tegen de “relatief geringe ernst van de vermoedelijke lokaalvredebreuk”. Het hof heeft daartoe onder meer feitelijk vastgesteld dat niet is gebleken van wanordelijk gedrag of enige dreiging daarvan. Volgens het hof had de politie de verdachten (eerst nog) op grond van art. 3 en art. 7 Politiewet 2012 met de nodige dwang naar buiten kunnen begeleiden, opdat de lokaalvredebreuk zou worden beëindigd en de demonstratie aldaar kon worden voortgezet, en was er “geen enkele aanleiding” te veronderstellen dat dit alternatief tot wanordelijkheden zou hebben geleid. Het hof benadrukt dat ook na toepassing van dit alternatief nog (altijd) de mogelijkheid zou hebben bestaan bij verdere ordeverstoringen alsnog tot aanhouding over te gaan. Daarnaast tilt het hof zwaar aan het voortduren van de vrijheidsbeneming na het verhoor van de verdachte; een reden daarvoor is het hof niet gebleken en ook de advocaat-generaal heeft erkend dat dit niet noodzakelijk was.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1b2e44ba44562ab15c5f178bc0c9fd15899a70541ce068cc7a64103009c3ee85. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1b2e44ba44562ab15c5f178bc0c9fd15899a70541ce068cc7a64103009c3ee85, en de alinea staat in dat document op bytes 31729 tot 33053.