Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 1.3.8 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

1.3.9b Een onderscheid moet worden gemaakt tussen immateriële schadevergoeding wegens geestelijk letsel en die wegens schending van een fundamenteel recht met ernstige gevolgen. Voor het eerste volstaat niet de vaststelling dat een partij woont in het gebied waar regelmatig aardbevingen al dan niet boven een bepaalde PGA worden gevoeld en fysieke schade is geleden in combinatie met een persoonlijke verklaring van die partij over de invloed die de aardbevingen op zijn leven hebben. Geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven kunnen worden vastgesteld, zodat een persoonlijke verklaring niet kan volstaan. Ook voor smartengeld wegens schending van een fundamenteel recht zal de eiser de aantasting van zijn persoon met concrete gegevens moeten onderbouwen. De aard en de ernst van de normschending kunnen echter meebrengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo zeer voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon off hand kan worden aangenomen. Denkbaar is dat dit voor delen van het effectgebied van de gaswinning uit het Groningenveld moet worden aangenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 59329 tot 60471.