Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.
EBN betwist bij verweer dat zij exploitant is in de zin van art. 6:177 BW, nu niet zij, maar uitsluitend NAM de winningsvergunning voor het Groningenveld houdt. Anders dan de rechtbank Noord-Nederland bij vonnis van 5 oktober 2016 ten onrechte heeft aangenomen, valt EBN evenmin onder art. 6:177(2)(b) BW, nu EBN het mijnbouwwerk niet heeft aangelegd noch in gebruik heeft. Uit de OvS (zie 2.4 hierboven) volgt juist dat NAM de gebruiker is. NAM is de (feitelijke) exploitant als bedoeld in art. 6:177 BW; niet EBN of de Maatschap. Het profijtbeginsel maakt dat niet anders. EBN betwist evenzeer aansprakelijkheid ex art. 6:162 BW. Een specifieke zorgplicht ex art. 33 Mbw kan volgens haar alleen op NAM rusten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 89953 tot 90840.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb | shasum -a 256