Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.0.8 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

Art. 6:177 BW vestigt een risicoaansprakelijkheid. Voor aansprakelijkheid van de mijnbouwonderneming hoeven onrechtmatigheid en schuld, zoals vereist voor aansprakelijkheid ex art. 6:162 BW, niet onderzocht te worden. Met de risico-aansprakelijkheid beoogt de wetgever enerzijds dat bij de exploitatie van een mijnbouwwerk de grootst mogelijk zorg wordt betracht om schade te voorkomen en dat de exploitant zich tegen het risico van schade verzekert, althans voorzieningen treft om aan zijn financiële verplichtingen als gevolg van schade te kunnen voldoen, en anderzijds dat degenen die door de exploitatie schade hebben geleden eenvoudiger verhaal kunnen zoeken op die exploitant. Het gaat onder meer om schade voor personen of bedrijven en om schade aan het milieu. Art. 6:177 BW laat onverlet de mogelijkheid om de mijnbouwexploitant op grond van art. 6:162 BW aan te spreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 107365 tot 108387.