Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Onder 4.1.4 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.
De vraag is eerder aan de orde geweest in de procedures die hebben geleid tot de vonnissen van de rechtbank Noord-Nederland van 2 september 2015 (zie onderdelen 6.1-6.2 van de bijlage; door NAM en de maatschap genoemd: de WAG-zaak) en van 1 maart 2017 (zie onderdeel 6.10-6.19 van de bijlage; door NAM en de Maatschap genoemd: de Dijk -zaak). In het eerste vonnis oordeelde de rechtbank dat de eisers geen belang hadden bij een verklaring voor recht dat NAM ook op grond van art. 6:162 BW jegens hen aansprakelijk is. In het tweede vonnis oordeelde zij dat beoordeeld moet worden of NAM jegens de eisers toerekenbaar onrechtmatig heeft gehandeld, omdat volgens vaste rechtspraak de aard van de aansprakelijkheid een van de factoren is bij de vaststelling van een eventuele immateriële schadevergoeding. In de procedure die heeft geleid tot het vonnis van 1 maart 2017 (de Dijk -zaak) waren ook [eisers] als eisende partij betrokken. NAM heeft tegen dat vonnis hoger beroep ingesteld. In die hoger-beroepsprocedure zijn grieven en weren gewisseld. NAM vermeldt in haar schriftelijke opmerkingen sub 14 dat het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wacht met bepaling van de pleidooidatum tot na uw beantwoording van de prejudiciële vragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 117077 tot 118450.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb | shasum -a 256