Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.1.11 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

Bauw merkt terecht op dat het uitgangspunt dat het gaat om schade die zich zelden verwezenlijkt boven het Groningenveld door de werkelijkheid is achterhaald. De grondslag voor de aansprakelijkheid lijkt primair te moeten zijn dat het maatschappelijk onaanvaardbaar is de nadelen van de langdurig zeer lucratief gebleken aardgaswinning af te schuiven op een beperkte groep individuen, hetgeen een ruime toerekening rechtvaardigt, ongeacht de soort schade: de mogelijke schadeposten, waaronder fysieke schade aan gebouwen en werken, waardevermindering, bedrijfseconomische schade, immateriële schade van bewoners en letselschade of overlijden door instorting, zijn mijns inziens – zeker sinds 2012, waarna de gasproductie nog werd opgevoerd – het voorzienbare gevolg van de bodembeweging, hetgeen eveneens toerekening rechtvaardigt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 128744 tot 129657.