Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.2.13 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

De bijzondere positie van EBN als staatsdeelnemer in de Maatschap lijkt mij niet relevant voor de uitleg van het begrip ‘eenieder die, anders dan als ondergeschikte, een mijnbouwwerk aanlegt of doet aanleggen of in gebruik heeft zonder dat hij houder is van een vergunning als bedoeld in onderdeel a’ in de zin van art. 6:177(2)(b) BW omdat een discussie over de zorgplicht van een staatsdeelneming of staatsonderneming bij de respectering van mensenrechten mijns inziens op basis van art. 6:162 BW moet worden gevoerd (en in dat kader een met voldoende waarborgen omklede rechtsingang bestaat), terwijl uit niets blijkt dat de wetgever de inhoud van de term ‘exploitant’ in art. 6:177(2)(b) BW wilde laten afhangen van de vraag of één of meer van de bij een maatschap betrokken entiteiten naast de a-exploitant al dan niet een overheidslichaam is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 147161 tot 148033.