Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Onder 4.3.3 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.
Ik meen dat de Hoge Raad de grenzen van art. 392 Rv bewaakt. De in die bepaling gestelde criteria zijn dat (i) het gaat om een rechtsvraag, (ii) waarop het antwoord nodig is om op de vordering te beslissen en (iii) het antwoord rechtstreeks van belang is voor veel vorderingsrechten die gegrond zijn op dezelfde of soortgelijke feiten en uit dezelfde of soortgelijke samenhangende oorzaken voortkomen, of voor de beslechting of beëindiging van talrijke andere uit soortgelijke feiten voortvloeiende geschillen, waarin zich dezelfde vraag voordoet. Het tweede criterium brengt mijns inziens mee dat u beoordeelt of het eerdere vonnis tussen de partijen gezag van gewijsde heeft om te kunnen beoordelen of het antwoord op de vragen nodig is om op de vorderingen van [eisers] te beslissen. Als die vraag ontkennend moet worden beantwoord, is het zaaksoverstijgende belang op zichzelf geen reden om de vragen toch in behandeling te nemen. De criteria gelden cumulatief.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 162041 tot 163084.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb | shasum -a 256