Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Onder 4.3.11 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.
Met de Staat meen ik dat vraag 3 vraagt naar een toetsingskader dat voldoende blijkt uit de wet, het EVRM en uw rechtspraak en die van het EHRM. De vraag leent zich daarom volgens mij niet voor prejudiciële beantwoording. Dat geldt te meer voor zover zij vraagt naar de toepassing van dat toetsingskader op de feiten van dit geval, nu voor feitelijke beoordelingen in de prejudiciële procedure geen plaats is. Aan de stellingen van de partijen over al dan niet onrechtmatig handelen van de Staat jegens de eisers en al dan niet daaruit volgende aansprakelijkheid, ga ik daarom voorbij. Ik wijd wel enige woorden aan het toetsingskader. Gezien het bovenstaande, zie ik geen aanleiding de vraag ruimer op te vatten dan de partijen hebben gedaan, zodat ik met de partijen aanneem dat de vraag alleen op de (on)rechtmatigheid ziet en niet op de overige vereisten voor aansprakelijkheid, al kan de vraag zeker ook ruimer gelezen worden. Ik zie evenmin aanleiding om buiten de door de rechtbank gestelde vraag om in te gaan op de eventuele betekenis van art. 1 Eerste Protocol EVRM, zoals [eisers] doen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 170665 tot 171842.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb | shasum -a 256