Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Onder 4.3.17 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.
Art. 3 EVRM behelst een absoluut verbod op folteringen en onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen, maar ook de positieve verplichting voor de Staat om tijdig, nauwgezet en voortvarend vast te stellen of foltering of een onmenselijke of vernederende behandeling heeft plaatsgevonden, dan wel het risico daarop bestaat, en daaraan strafrechtelijke consequenties te verbinden. Art. 3 EVRM grijpt pas aan als een zeker niveau van hardheid wordt overschreden, zodat een beoordeling van de omstandigheden van het individuele geval vereist is. Ook hier geldt dat de positieve verplichting geen excessive burden voor de Staat mag worden. Uit art. 3 EVRM vloeien slechts beperkt verplichtingen van sociaal-economische aard voor de Staat voort.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 177828 tot 178951.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb | shasum -a 256