Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Onder 4.3.18 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.
De beoordeling of de Staat art 6:162 BW juncto een of meer van de art. 2, 3 of 8 EVRM heeft geschonden vergt een waardering van de feiten en omstandigheden van het geval. Bij de beoordeling van die vraag is van belang, maar gezien het voorzorgsbeginsel niet noodzakelijkerwijs doorslaggevend, wat de Staat op de verschillende momenten wist c.q. behoorde te weten en hoe hij op basis van die kennis, onder meer met het oog op de uit art. 2, 3 en 8 EVRM voortvloeiende positieve verplichtingen, had behoren te handelen en daadwerkelijk heeft gehandeld. Veel gewicht komt daarbij toe aan de beoordelings- en beleidsvrijheid van de Staat en de vraag of daarbinnen een fair balance is getroffen tussen de individuele belangen en het algemene belang. De vraag of de Staat aansprakelijk is, behoeft zich niet te beperken tot diens besluitnemende en toezichthoudende rol, maar kan ook betrokken worden op de andere rollen die hij bij de gaswinning in Groningen heeft vervuld en nog steeds vervult.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 179043 tot 180116.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb | shasum -a 256