Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Onder 4.4.7 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.
Zoals boven onder 4.3.1 bleek, beroept de Staat zich primair op het gezag van gewijsde van het vonnis van 1 maart 2017 van de rechtbank Noord-Nederland in de Dijk -zaak. Daarnaast voert hij aan dat de vraag of de formele rechtskracht van het instemmingsbesluit aansprakelijkheid van de Staat verhindert een feitelijke beoordeling vergt waarvoor in een prejudiciële procedure geen plaats is. Dat geldt in hoge mate ook voor de vraag onder welke omstandigheden de Staat ondanks formele rechtskracht van een instemmingsbesluit aansprakelijk kan worden gesteld. Als van de feitelijke omstandigheden wordt geabstraheerd, leent de vraag zich niet voor beantwoording in een prejudiciële procedure omdat het antwoord dan al uit vaste jurisprudentie volgt. Desondanks bespreekt de Staat het leerstuk van de formele rechtskracht van besluiten en de uitzonderingen die daarop zijn erkend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 194137 tot 195285.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb | shasum -a 256