Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Onder 4.4.9 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.
Als tegen een besluit van een bestuursorgaan een met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang heeft opengestaan die niet of vergeefs is gebruikt, moet de burgerlijke rechter, als de geldigheid van dat besluit bij hem in geding is, ervan uitgaan dat het zowel inhoudelijk als wat zijn wijze van totstandkoming betreft, overeenstemt met de relevante wettelijke voorschriften en algemene rechtsbeginselen. Deze regel geldt ongeacht de grondslag van de vordering bij de burgerlijk rechter. De met deze regel gediende doelen zijn (i) doelmatige taakverdeling tussen de burgerlijke rechter en de bestuursrechter (ii) rechtseenheid en (iii) rechtszekerheid. De formele rechtskracht van een besluit strekt verder dan de verhouding tussen een belanghebbende en het bestuursorgaan. Ook in de verhouding tussen belanghebbenden kan zij doorwerken. Bij een besluit van een bestuursorgaan zijn vaak meer belanghebbenden betrokken. De adressaat van een positief besluit zoals een vergunning of een instemmingsbesluit mag er in beginsel op vertrouwen dat hij van de mogelijkheden die dat besluit biedt gebruik kan maken. Als hij handelt overeenkomstig een vergunning en de daaraan verbonden voorschriften, hoeft hij in beginsel niet te vrezen voor onrechtmatige-daadacties van andere belanghebbenden. NAM is dus in beginsel gevrijwaard van schadeacties gebaseerd op art. 6:162 BW, behoudens de nuances door u geformuleerd in met name de zaak [...] / [...] : voor de vraag of het handelen door de vergunninghouder in overeenstemming met een onherroepelijke vergunning toch onrechtmatig is jegens een andere belanghebbende, is van belang (i) de aard van de vergunning (strekt zij ertoe om de vergunninghouder te machtigen om de hem verweten inbreuk op het subjectieve recht van derden te maken?), (ii) het belang dat de regeling waarop de vergunning is gebaseerd, beoogt te dienen, zodat relevant is welke belangen het bestuur bij de vergunningverlening (volledig) moest meewegen (als een bepaald belang niet hoefde of niet kon worden meegewogen, is een actie ex art. 6:162 BW jegens de vergunninghouder niet uitgesloten), (iii) de overige omstandigheden van het geval (zelfs als het belang volledig is meegewogen kan de vergunninghouder nog in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid en daarmee onrechtmatig handelen).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 196768 tot 199560.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb | shasum -a 256