Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.6.8 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

Ook NAM maakt onderscheid tussen personen en onroerende zaken. Over kwetsbaarheid van personen merkt NAM op ook bij predispositie van een persoon aanleiding kan bestaan een schadevergoeding op grond van art. 6:98 of 6:101 BW te verminderen. Uitgangspunt is wel dat bij letselschade eerder wordt toegerekend dan bij zaakschade, zo volgt onder meer uit de vaste jurisprudentie dat ook de gevolgen van een persoonlijke predispositie die buiten normale verwachtingen liggen, zoals uitblijven van herstel, ex art. 6:98 BW aan de schadeveroorzakende gebeurtenis worden toegerekend, behalve als de benadeelde, diens persoonlijkheidsstructuur in aanmerking genomen, zich onvoldoende inspant voor herstel. Toch kan een persoonlijke predispositie van betekenis zijn voor de schadebegroting omdat die ook in een scenario zonder ongeval haar nadelige invloed zou hebben kunnen doen gelden. Dezelfde uitgangspunten gelden volgens NAM als sprake zou zijn van letselschade door aardbevingen en ook als geen sprake is van letselschade, maar een partij die smartengeld vordert, (ernstige) psychische belasting of zelfs geestelijk letsel door aardbevingen stelt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 274537 tot 276078.