Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.7.13 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

NAM meent daarom dat waardedalingsvergoeding los van verkoop tot onredelijke en ondoelmatige uitkomsten zou leiden. Abstractie is hier niet op haar plaats, nu geen herstel van zaakschade vooropstaat, maar vergoeding van zuivere vermogensschade en waardedaling wordt al vergoed onder de Waarderegeling als zij concreet wordt geleden door de huiseigenaar. Totdat zij verkopen, ondervinden huiseigenaren volgens NAM geen concreet nadeel. Vergoeding anders dan bij verkoop kan speculatie in de hand werken en schept het gevaar van over- en ondercompensatie, terwijl de omvang van de waardedaling zich onvoldoende betrouwbaar laat vaststellen. Deze problemen kunnen niet met art. 6:105 BW (weging van goede en kwade kansen) worden ondervangen door per de peildatum een schadevergoeding te geven waarin het risico op toekomstige schade door waardedaling is verdisconteerd, nu opvolgende huiseigenaren daaraan niet gebonden zullen zijn. Het voor mogelijk tienduizenden woningen met allerlei onzekerheden begroten en vergoeden van op een willekeurig moment mogelijk bestaande waardevermindering door aardbevingen is volgens NAM tegen die achtergrond ondoelmatig en onredelijk, brengt onevenredig hoge uitvoeringslasten mee en kan leiden tot speculatie en vele juridische procedures.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 307942 tot 309677.