Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.7.16 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

NAM acht verder woningcorporaties niet vergelijkbaar met particuliere woningeigenaren. De door het hof Arnhem/Leeuwarden gebezigde redelijkheidsargumenten gaan bij corporaties niet op, omdat zij professionele en commerciële partijen die niet te maken hebben met bijvoorbeeld persoonlijke hypotheekschulden of zorgen over pensioenopbouw in verband met een afnemende woningwaarde. Ook wordt de waarde van woningbezit van woningcorporaties in de regel vastgesteld op basis van de toekomstige huurinkomsten, waardoor de resultaten van de onderzoeken naar het prijseffect van aardbevingen en aardbevingsrisico’s gebaseerd op vergelijking van verkoopprijzen van particulier woningbezit niet relevant zijn voor woningcorporaties. Dat de aardbevingen en aardbevingsrisico’s effect hebben op die huurinkomsten en daarmee op de waarde van hun woningbezit, is niet gebleken. Ten slotte verkopen woningcorporaties hun woningbezit in beginsel niet, zodat ook om die reden geen grond bestaat voor vergoeding van waardedaling die bij verkoop zou kunnen blijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 312396 tot 313652.