Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.7.18 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

Mijns inziens moet vraag 7a ontkennend worden beantwoord. Ik acht de door NAM aangevoerde bezwaren tegen abstraheren van realisatie van het gestelde nadeel overtuigend. Zoals Hartkamp het in zijn opinie voor NAM verwoordt, gaat het hier niet om concrete of abstracte schadevergoeding, toekomstige of reeds geleden schade, of ingetreden of niet ingetreden schade. Het gaat erom of schade is geleden die naar haar aard voor vergoeding in aanmerking behoort te komen. Zoals u overwoog in uw arrest [...] /EMI (zie 4.7.25 hieronder), kan de betekenis van de gestelde schadefactoren wegens hun verband met toekomstige onzekere gebeurtenissen (nog) niet met voldoende duidelijkheid worden bepaald, zodat het raadzaam lijkt de beslissing over vergoeding uit te stellen tot het moment van realisatie, of – zo voeg ik toe voor het geval niet wordt gerealiseerd omdat de gelaedeerden niet verhuizen – tot het moment waarop een te bepalen effect-uitdooftermijn is verstreken, bijvoorbeeld vijf jaar na het volledig staken van de gaswinning uit het Groningenveld, dus als een stabiele toestand is bereikt, analoog aan de benadering in de zaak Gemeente Dordrecht/ [...] (zie 4.7.25 hieronder).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 315061 tot 316558.