Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.7.19 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

De door het hof Arnhem/Leeuwarden uitgezette koers zou daarom mijns inziens niet door de rechter moeten worden voortgezet. Dat lijkt meer een taak voor de (pseudo-)wetgever, die zich, zoals boven (4.7.2) bleek, die taak al heeft aangetrokken; ik neem aan dat de in 4.7.2 geschetste algemene en abstract toepasbare regeling van de minister voor bepaling en vergoeding van waardevermindering door aardbevingsrisico opgenomen zal worden in het Wetsvoorstel Instituut Mijnbouwschade Groningen dat momenteel voor advies bij de Raad van State ligt (zie 1.2.1 hierboven). Aan de uit ‘s hofs verklaring voor recht voortvloeiende rechten van de in die procedure betrokken partijen doet dit niet af, nu die verklaring gezag van gewijsde heeft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 316650 tot 317463.