Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.7.21 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

De rechter moet volgens art. 6:97 BW de schade begroten op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Bij vermogensschade wordt daartoe onderscheid gemaakt tussen concrete en abstracte schadevaststelling. Uitgangspunt bij de bepaling van de omvang van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding is een concrete begroting, dus met in achtneming van alle omstandigheden van het concrete geval, omdat de benadeelde zoveel mogelijk in de toestand moet worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd zonder de schadeveroorzakende gebeurtenis.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 318533 tot 319238.