Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.7.26 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

Op deze jurisprudentie wordt de opvatting gebaseerd dat waardevermindering ook in het geval van de bewoners van het effectgebied van de Groninger aardbevingen voor vergoeding in aanmerking komt ongeacht of die waardevermindering is gerealiseerd door verkoop. Zoals boven bleek, wijst NAM op significante verschillen tussen gevallen zoals die van [eiseres 1] c.s en de gevallen die in die rechtsprak zijn beoordeeld: (i) het gaat bij gevallen zoals die van [eisers] niet om waardevermindering door een beschadiging of (andere) fysieke inwerking op een onroerende zaak, maar door toekomstige-risico’s-perceptie, (ii) er kan in hun geval geen ander dan een willekeurig tijdstip worden aangewezen waarop de waardedalingsschade geacht zou moeten worden te zijn geleden, (iii) er is qua schade-ontwikkeling geen afgesloten en gestabiliseerde situatie en (iv) het gaat in potentie om een zeer groot aantal gevallen. Bovendien kan, zoals boven al bleek, op de geciteerde arresten [...] /EMI en Gemeente Dordrecht/ [...] ook de opvatting gebaseerd worden dat juist gewacht moet worden op realisatie, althans een stabiele toestand.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 329588 tot 330922.