Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.7.31 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

Beantwoordt u vraag 7a niettemin bevestigend, dan moet een peildatum worden bepaald. Anders dan de wetgever of de regering (zie de brief van 24 april 2019 van de minister van EZ&K genoemd in 4.7.2 hierboven), kan de rechter niet een voor iedereen uniforme peildatum bepalen, zoals de minister doet op advies van de Commissie Waardedaling (1 januari 2019). Om willekeur en strategisch gedrag van de partijen te vermijden, resteert mijns inziens dan slechts één mogelijke peildatum: de datum waarop de rechter uitspraak doet. Uitgangspunt is dat de schadeomvang wordt vastgesteld naar het schademoment. Dat is in casu echter niet bepaalbaar omdat er geen bepaald schademoment is en de schade, zoals NAM benadrukt, door tijdverloop weer kan verdwijnen als blijkt dat het dichtdraaien van de gaskraan de bevingen inderdaad doet ophouden, maar weer kan doen toenemen als dat door naschokken anders blijkt te zijn. De uiteindelijke omvang van de vergoedingsplicht wordt bepaald naar het moment waarop de rechter uitspraak doet. Wordt de peildatum op enig taxatiemoment gesteld, zoals het hof Arnhem/Leeuwarden heeft gedaan, dan verwordt schadebegroting tot taxatie- timing .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 337518 tot 338930.