Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.8.4 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

stellen dat sommige uitgaven voor verkrijging van onstoffelijk voordeel vermogensschade kunnen zijn als zij tevergeefs zijn gedaan omdat het onstoffelijke voordeel dat er tegenover had moeten staan, uitblijft. Zij achten de mate waarin gemaakte kosten tevergeefs zijn geweest, evenredig aan de mate waarin het beoogde voordeel is misgelopen als gevolg van de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid rust: als de woning niet volledig onbruikbaar is geweest en er ook plezier aan is beleefd, zijn de kosten ook niet volledig tevergeefs geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 352234 tot 352918.