Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Onder 4.9.2 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.
Opnieuw is het boven al veel genoemde vonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 1 maart 2017 in de Dijk -zaak van belang, waarin zij tussen NAM en een groot aantal natuurlijke personen, onder wie [eisers] , ook voor recht heeft verklaard dat (i) de aantasting van het woongenot als gevolg van de aardbevingen door NAM’s gaswinning een aantasting in de persoon van de eisers is op andere wijze in de zin van artikel 6:106(1)(b) BW, (ii) dat de inbreuk door NAM op het persoonlijkheidsrecht van de eisers, namelijk op hun recht op ongestoord woongenot, een aantasting in de persoon op andere wijze is in de zin van artikel 6:106(1)(b) BW en (iii) NAM aansprakelijk is voor de door de eisers in die zaak geleden en nog te lijden immateriële schade ex art. 6:106 BW. Zoals vermeld, heeft NAM hoger beroep ingesteld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 380580 tot 381601.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb | shasum -a 256