Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Onder 4.9.12 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.
In antwoord op vraag 9c meent ook NAM dat de hoogst persoonlijke aard van de vordering tot vergoeding van immateriële schade aan forfaitaire vergoeding in de weg staat. Smartengeld moet zoveel mogelijk worden afgestemd op de concrete situatie van de gelaedeerde. De omvang is afhankelijk van de ernst van de inbreuk. De situaties van de bewoners van het effectgebied zijn onderling onvergelijkbaar en er kan daarom volgens NAM geen maatman-Groninger geconstrueerd worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 398496 tot 399083.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb | shasum -a 256