Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.9.15 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

Immateriële schade komt volgens art. 6:95 BW slechts voor vergoeding in aanmerking als de wet dat bepaalt. Art. 6:106(1)(b) BW bepaalt dat een benadeelde recht heeft op een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding als hij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Het gaat in onze zaak om de laatste categorie, persoonsaantasting op andere wijze, die in twee soorten bestaat: (i) geestelijk letsel en (ii) ernstige schending van een fundamenteel recht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 402329 tot 402944.