Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Onder 4.9.21 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.

In het Groningse aardbevingsdossier kunnen (ook) in dit kader de art. 2 en 8 EVRM van belang zijn. Door de gevolgen van de aardbevingen kan het recht op eerbiediging van de integriteit van de persoon zijn geschonden of, wat meer voor de hand ligt, het recht op veiligheid van de woning en het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer. U zie ook de beantwoording van vraag 3. De vraag of NAM ook als normadressaat van die bepalingen is aan te merken is hier minder relevant omdat het gaat horizontaal werkende persoonlijkheidsrechten, net als in de besproken zaak Baby Kelly . Het moet wel om een ernstige inbreuk gaan. Die ernst kan volgen uit de intensiteit en de duur van de dreiging of de overlast en de effecten op de fysieke en mentale gezondheid en de kwaliteit van het leven van de individu.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 416074 tot 417187.