Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Onder 4.9.26 Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:496.
Ad vraag 9c meen ik dat het hoogstpersoonlijke karakter van immateriële schadevergoeding niet in de weg hoeft te staan aan een min of meer forfaitaire vaststelling van smartengeld. De minister lijkt dat ook in zekere mate te doen door in navolging van de Adviescommissie Waardedaling op de – eveneens forfaitair bepaalde – vergoeding wegens waardevermindering een opslag toe te passen die oploopt naarmate de bodem erger en vaker heeft gebeefd en die ‘overlast’ en ‘onzekerheid’ beoogt te compenseren (zie 4.7.2 hierboven en de onderdelen 5.5.60, 5.6.8 en 5.6.9 van de bijlage). Er is weliswaar geen maatman-Groninger, maar mogelijk kan wel worden gewerkt met een serie maatgevallen met bijbehorende richtbedragen, zoals ook de Adviescommissie Waardedaling doet, afhankelijk van bevingsfrequentie en -intensiteit, mate van geconstateerde fysieke schade en mate van stapeling van problemen, met afwijkingsmogelijkheid in bijzondere individuele gevallen. Het hoogstpersoonlijke karakter van smartengeld hoeft daaraan niet in de weg te staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb, en de alinea staat in dat document op bytes 435816 tot 437047.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bfce172e4b5b95f4f9bae78c457da5744460ca6729b46b56eecdd068159ea1eb | shasum -a 256