Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2019

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:522.

De vraag of art. 8 lid 2 WHO-Kaderverdrag rechtstreekse werking heeft (‘een ieder verbindend’ is in de zin van art. 93 en 94 Grondwet) is reeds aan de orde geweest in het hiervoor reeds genoemde arrest van de Hoge Raad van 10 oktober 2014 (hierna: het Rookverbodarrest ). In die zaak werd de rechtmatigheid bestreden van een algemene maatregel van bestuur waarin alsnog – nadat voor de horeca reeds een algemeen rookverbod was ingevoerd – voor kleine cafés een uitzondering is gemaakt op het rookverbod in voor het publiek toegankelijke ruimten als bedoeld in de Tabaks- en rookwarenwet. De Hoge Raad heeft in het Rookverbodarrest een nieuwe maatstaf geformuleerd voor de rechtstreekse werking van verdragsbepalingen in de Nederlandse rechtsorde:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c43f7d5e12ef33b67487d9d15da026f6a3f14e41b8fd96e1ef78f102a2e0070b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c43f7d5e12ef33b67487d9d15da026f6a3f14e41b8fd96e1ef78f102a2e0070b, en de alinea staat in dat document op bytes 25493 tot 26330.