Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2019
Onder 3.5.3 Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:522.
Indien het op grond van een verdragsbepaling in de nationale rechtsorde te bewerkstelligen resultaat onvoorwaardelijk is en voldoende nauwkeurig is omschreven, belet de enkele omstandigheid dat de wetgever of de overheid keuze- of beleidsvrijheid toekomt wat betreft de te nemen maatregelen ter verwezenlijking van dat resultaat, niet dat de bepaling rechtstreekse werking heeft. Of van die werking sprake is, hangt af van het antwoord op de vraag of de bepaling in de context waarin zij wordt ingeroepen, als objectief recht kan functioneren. Anders dan de Staat betoogt, betekent het enkele bestaan van keuze- of beleidsvrijheid dus niet dat geen sprake kan zijn van rechtstreekse werking. (Vgl. HR 9 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK4549, NJ 2010/388 (SGP)).’
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c43f7d5e12ef33b67487d9d15da026f6a3f14e41b8fd96e1ef78f102a2e0070b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c43f7d5e12ef33b67487d9d15da026f6a3f14e41b8fd96e1ef78f102a2e0070b, en de alinea staat in dat document op bytes 27313 tot 28087.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c43f7d5e12ef33b67487d9d15da026f6a3f14e41b8fd96e1ef78f102a2e0070b | shasum -a 256