Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2019

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:522.

Deze subonderdelen falen, omdat uit het Rookverbodarrest blijkt dat het ontbreken van een door het WHO-Kaderverdrag voorgeschreven implementatietermijn niet aan toekenning van rechtstreekse werking in de weg staat en bovendien niet meebrengt dat de Staat onbegrensd de tijd heeft om art. 8 lid 2 WHO-Kaderverdrag na te komen. Uit rov. 3.6.3 van het Rookverbodarrest volgt immers dat de rechter kan toetsen of in de omstandigheden van het geval de redelijke tijd die de Staat heeft voor het tot stand brengen van de benodigde wet- en regelgeving al dan niet is verstreken en of een bepaalde maatregel als overgangsmaatregel gerechtvaardigd is. Dit toetsingskader heeft het hof blijkens rov. 2.5 van het bestreden arrest tot uitgangspunt genomen voor zijn nadere beoordeling in rov. 2.6-2.8.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c43f7d5e12ef33b67487d9d15da026f6a3f14e41b8fd96e1ef78f102a2e0070b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c43f7d5e12ef33b67487d9d15da026f6a3f14e41b8fd96e1ef78f102a2e0070b, en de alinea staat in dat document op bytes 44458 tot 45395.