Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019

Onder 3.6. Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:545.

Een en ander brengt mee dat de met toepassing van de verminderingsregeling berekende BPM alleen niet verschuldigd is indien en voorzover deze het bedrag van de BPM die nog rust op vergelijkbare auto's die reeds in Nederland waren geregistreerd, overschrijdt. Dit leidt niet tot een inbreuk op het voor belastingheffing geldende legaliteitsbeginsel. De maatstaf voor de berekening van het bedrag van een (…) overschrijding (…), is niet ongewis, zodat de op de grondslag van de artikelen 9 en 10 van de Wet met inachtneming van artikel 95 EG-Verdrag te heffen belasting zich voldoende nauwkeurig laat berekenen. Voorts bestaat er geen aanwijzing dat de bedoeling van de nationale wetgever om BPM te heffen niet zou gelden voor een heffing tot het bedrag dat maximaal wordt toegestaan door het EG-Verdrag, zo vaak dat bedrag lager is dan de uitkomst van de in artikel 10 van de Wet voorziene berekening. Het oordeel van het Hof dat ter zake van de registratie van de onderhavige auto's in het geheel geen BPM is verschuldigd, berust derhalve op een onjuiste rechtsopvatting. Middel II is mitsdien gegrond. (…). Verwijzing moet volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41fcf9324d823496ad2f3112a294f5046061667e70746b4fa440f0fce41c5ce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41fcf9324d823496ad2f3112a294f5046061667e70746b4fa440f0fce41c5ce7, en de alinea staat in dat document op bytes 84696 tot 85846.