Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019
Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:545.
Uiteraard veronderstelt een prejudiciële verwijzing dat het geding geschorst wordt voor zover de beslechting ervan afhangt van de antwoorden op de verwezen vragen, maar ik kan geen bezwaar bedenken tegen het al wél afdoen van geschilpunten waarvan de afdoening niet afhangt van die beantwoording, zoals u dan ook onder meer deed in de zaak HR BNB 2016/197, waarin u de middelen I t/m IV afdeed en alleen in verband met middel V prejudiciële vragen naar het HvJ verwees. Een verwijzing naar Luxemburg houdt niet in dat het geschil ook naar Luxemburg gaat: het geschil blijft gewoon thuis bij de verwijzende nationale rechter en wordt alleen geschorst voor zover afhankelijk van de antwoorden op de verwezen vragen. Verwijzing is slechts een procesincident in de hoofdzaak (de nationale procedure); het is géén instantie, uiteraard niet, want het HvJ gaat niet over de uitleg van nationaal recht, ook niet over de verenigbaarheid daarvan met EU-recht, maar uitsluitend over de uitleg van EU-recht. Het is aan de nationale rechter om op basis van die uitleg te beoordelen of zijn interne recht verenigbaar is met het aldus door het HvJ uitgelegde EU-recht. Prechal en Widdershoven schrijven dan ook:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41fcf9324d823496ad2f3112a294f5046061667e70746b4fa440f0fce41c5ce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41fcf9324d823496ad2f3112a294f5046061667e70746b4fa440f0fce41c5ce7, en de alinea staat in dat document op bytes 36701 tot 38270.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41fcf9324d823496ad2f3112a294f5046061667e70746b4fa440f0fce41c5ce7 | shasum -a 256