Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019

Onder 4.7 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:545.

De Staatssecretaris merkt op dat de bronstaat ten laste van niet-ingezeten deelnemers in een buitenlands fonds geen inhoudingsbelasting kan heffen op basis van een wet omdat dat in strijd zou zijn met beginselen van internationaal belastingrecht, die extraterritoriale bronheffingen verbieden. Om net als een fbi in aanmerking te komen voor teruggaaf van dividendbelasting moet een buitenlands fonds dus in Nederland vrijwillig een belasting betalen die overeenkomt met de belasting die Nederland door inhouding bij fbi’s heft van deelnemers in fbi’s. Voor die belastingbetaling door een buitenlands fonds dat nationale behandeling wenst, kan volgens de Staatssecretaris dus geen wettelijke basis geëist worden. De grondslag van de vrijwillig te betalen bronbelasting moet zijns inziens, mede gezien de gevoegde HvJ-zaken C-10/14, Miljoen , C-14/14, X. , en C-17/14, Société Générale S.A ., bepaald worden naar bronstaatmaatstaven, dus in casu naar Nederlandse maatstaven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41fcf9324d823496ad2f3112a294f5046061667e70746b4fa440f0fce41c5ce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41fcf9324d823496ad2f3112a294f5046061667e70746b4fa440f0fce41c5ce7, en de alinea staat in dat document op bytes 47062 tot 48159.