Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019
Onder 5.1 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:545.
De rechtbank gaat er in haar eerste aanvullende prejudiciële vraag van uit dat “de eerste prejudiciële vraag die is voorgelegd bij beslissing van 1 augustus 2016, bevestigend [wordt] beantwoord”. Die vraag is (zie 2.5 hierboven) of u terugkomt van uw opvatting in HR BNB 2015/203 dat een niet-ingezeten beleggingsfonds objectief niet vergelijkbaar is met een ingezeten fbi omdat een niet-ingezeten fonds niet inhoudingsplichtig is voor de Nederlandse dividendbelasting (en zijn deelnemers evenmin onderworpen zijn aan Nederlandse inkomstenbelasting).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41fcf9324d823496ad2f3112a294f5046061667e70746b4fa440f0fce41c5ce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41fcf9324d823496ad2f3112a294f5046061667e70746b4fa440f0fce41c5ce7, en de alinea staat in dat document op bytes 49927 tot 50531.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41fcf9324d823496ad2f3112a294f5046061667e70746b4fa440f0fce41c5ce7 | shasum -a 256