Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019
Onder 5.7 Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:545.
Hieruit en uit ’s Hofs vraag of u uw vragen wilt intrekken, volgt dat het HvJ de noodzaak van bewaring van de coherentie van het fbi-stelsel op zichzelf wel een rechtvaardiging acht, maar dat hij weigering van teruggaaf daartoe disproportioneel acht omdat hij een minder belemmerende maatregel ziet in vrijwillige betaling aan Nederland van een - internationaal verboden - extraterritoriale secondary withholding tax . Het precieze antwoord op de aanvullende vraag 1 van de rechtbank is mijns inziens daarom dat (i) haar eerste prejudiciële vraag van 12 augustus 2016 inderdaad bevestigend wordt beantwoord en (ii) weigering van teruggaaf aan niet-ingezeten fondsen niet gerechtvaardigd kan worden op de grond dat zij niet aan inhoudingsplicht kunnen worden onderworpen indien ook een minder belemmerende maatregel de fiscale coherentie van het fbi-stelsel kan bewaren en dat (volgens het HvJ) die minder belemmerende maatregel bestaat, nl. ‘vrijwillige’ betaling door niet-ingezeten fondsen, binnen acht maanden na afloop van het boekjaar, van een bedrag ter hoogte van de dividendbelasting die een fbi ter zake van de door hen ontvangen Nederlandse dividenden bij dooruitdeling binnen acht maanden zou moeten inhouden en afdragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41fcf9324d823496ad2f3112a294f5046061667e70746b4fa440f0fce41c5ce7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41fcf9324d823496ad2f3112a294f5046061667e70746b4fa440f0fce41c5ce7, en de alinea staat in dat document op bytes 63913 tot 65199.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41fcf9324d823496ad2f3112a294f5046061667e70746b4fa440f0fce41c5ce7 | shasum -a 256