Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:559.

Deze motiveringsklacht faalt. Kennelijk heeft het hof de stellingen sub (i) t/m (v) niet aldus opgevat dat Rabobank daarmee (tevens) heeft aangevoerd dat Interpolis in de hypothetische situatie zich niet zou hebben verbonden om het volledige bedrag van € 2.002.955 uit te keren omdat Interpolis – in die hypothetische situatie – geen bedrag zou hebben uitgekeerd op basis van (voor)taxatie en zonder (recht op) nacalculatie. Deze uitleg van de stellingen sub (i) t/m (v) is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt en kan in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst. Onbegrijpelijk is het oordeel niet. In de stellingen sub (i) t/m (v) ligt een betoog van die strekking mijns inzien niet (zonder meer) besloten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dc4bc91f7bb7c7c8b3b969ce20ae4c7d14120e0bb963932aaaff601160bf848. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dc4bc91f7bb7c7c8b3b969ce20ae4c7d14120e0bb963932aaaff601160bf848, en de alinea staat in dat document op bytes 83182 tot 83940.