Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Onder 3.20 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:559.

Dit oordeel geeft mijns inziens geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Daaraan doet niet af dat in de rechtspraak van uw Raad waarnaar het middel verwijst (ook) in de verhouding tussen een bank en een particuliere, niet-professionele cliënt-belegger (die aan de optiehandel wil deelnemen) wordt uitgegaan van een zorgplicht van de bank die naar zijn aard tot strekking heeft de cliënt te beschermen tegen het gevaar van eigen lichtvaardigheid of gebrek aan inzicht en wordt aangenomen dat, zo dit gevaar zich verwezenlijkt, bij de toepassing van art. 6:101 BW fouten van de cliënt die uit die lichtvaardigheid of dat gebrek aan inzicht voortvloeien, in beginsel minder zwaar wegen dan fouten aan de zijde van de bank waardoor deze in die zorgplicht is tekortgeschoten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5dc4bc91f7bb7c7c8b3b969ce20ae4c7d14120e0bb963932aaaff601160bf848. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5dc4bc91f7bb7c7c8b3b969ce20ae4c7d14120e0bb963932aaaff601160bf848, en de alinea staat in dat document op bytes 95282 tot 96201.