Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Onder 2.6 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:561.

“2.1 Bij de beoordeling van de grieven in het principaal appel stelt het hof het volgende voorop. [eiser] klaagt over het feit dat - en de manier waarop - (i) tegen zijn wil op zijn naam kentekens zijn geregistreerd, (ii) aan hem boetes zijn opgelegd en (iii) hij op basis van die boetebeschikkingen gegijzeld is geweest. Aan de bezwaren van [eiser] is echter, in ieder geval voor een deel, tegemoetgekomen. De bewuste kentekens zijn inmiddels niet meer op zijn naam geregistreerd; deze zijn alsnog vervallen verklaard met ingang van de datum waarop de tenaamstellingen hebben plaatsgevonden (…). Boetes die [eiser] had betaald zijn aan hem terugbetaald (…). Dat [eiser] meer boetes heeft betaald dan aan hem zijn vergoed voert hij in hoger beroep niet aan. Voor de door hem in gijzeling doorgebrachte dagen heeft de rechtbank hem een schadevergoeding toegekend (…).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dc28ef8649e8e65910ecba17208621234bfee3894d115b00183df568f0fec78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dc28ef8649e8e65910ecba17208621234bfee3894d115b00183df568f0fec78, en de alinea staat in dat document op bytes 14443 tot 15522.