Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Onder 3.2 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:561.

Onderdeel 1 richt zich tegen rov. 2.1, 2.2 en 3.15. Volgens het onderdeel zijn deze overwegingen onbegrijpelijk, omdat het hof daarmee niet heeft gerespondeerd op de vordering van [eiser] (ex art. 843a Rv.) dat de Staat overlegt en/of opgaaf doet van alle boetebeschikkingen aan [eiser] sinds 1995 en daaruit voortvloeiende incassoactiviteiten om de schade te bepalen. Daarmee heeft het hof, aldus nog steeds het onderdeel, een relevante vordering/relevant verweer niet behandeld en/of beoordeeld en is het tot onjuiste oordelen gekomen. De oordelen zijn niet afdoende gemotiveerd, althans het hof heeft niet deugdelijk gereageerd op het via art. 843a Rv. verkapt aangeboden bewijs.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dc28ef8649e8e65910ecba17208621234bfee3894d115b00183df568f0fec78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dc28ef8649e8e65910ecba17208621234bfee3894d115b00183df568f0fec78, en de alinea staat in dat document op bytes 21143 tot 21886.