Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:561.

Op het voorgaande stuiten de klachten af dat het hof heeft verzuimd om op de exhibitievordering te beslissen – het kwam immers aan die beslissing niet toe – dan wel dat deze beslissing onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd zou zijn. Het hof heeft evenmin ondeugdelijk op een verkapt aangeboden bewijsaanbod gereageerd. Voor zover in de vordering al een bewijsaanbod moet worden gelezen, heeft te gelden dat het hier om schriftelijk bewijs gaat. Volgens vaste rechtspraak hoeft schriftelijk bewijs immers niet te worden aangeboden – het kan zonder toestemming van de rechter in de procedure worden ingebracht – en de rechter behoeft een partij die schriftelijk bewijs aanbiedt dan ook niet in de gelegenheid te stellen dat (alsnog) te doen. Het hof kon dus tot een eindoordeel komen, en nu dit eindoordeel inhield dat onvoldoende feiten en omstandigheden zijn aangevoerd, behoefde aan verdere bewijsvoering niet te worden toegekomen. De klacht dat in het licht van het bewijsaanbod onbegrijpelijk is het oordeel in rov. 3.15 dat [eiser] in het geheel niet heeft onderbouwd dat hij vaker is gegijzeld dan 18 dagen en ter zake niet een (voldoende) gespecificeerd bewijsaanbod heeft gedaan, faalt in het spoor hiervan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dc28ef8649e8e65910ecba17208621234bfee3894d115b00183df568f0fec78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dc28ef8649e8e65910ecba17208621234bfee3894d115b00183df568f0fec78, en de alinea staat in dat document op bytes 30254 tot 31557.