Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:561.

Het onderdeel betoogt ten slotte dat het oordeel dat [eiser] de mogelijkheid van andere schade niet aannemelijk heeft gemaakt in strijd is met art. 8 en 13 EVRM. Art. 13 EVRM bepaalt, kort gezegd, dat een ieder wiens rechten en vrijheden onder het EVRM zijn geschonden, recht heeft op een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie. Dat recht omvat enerzijds rechtsmiddelen die een einde maken aan een inbreuk op het EVRM c.q. een dergelijke inbreuk voorkomen, en anderzijds rechtsmiddelen die zien op het goedmaken van de als gevolg van een inbreuk geleden schade. In het kader van de gevorderde vergoeding van immateriële schade draait het om de laatstgenoemde werking van art. 13 EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6dc28ef8649e8e65910ecba17208621234bfee3894d115b00183df568f0fec78. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6dc28ef8649e8e65910ecba17208621234bfee3894d115b00183df568f0fec78, en de alinea staat in dat document op bytes 43251 tot 44094.