Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Alinea 166 Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:565.

Op 24 oktober 2013 is geprobeerd om een overlijdensrisicoverzekering af te sluiten op naam van [slachtoffer 1] ten bedrage van € 500.000,00. Deze aanvraag is op 28 oktober 2013 afgewezen. Diezelfde dag is er een uitvaartverzekering op naam van [slachtoffer 1] afgesloten ten bedrage van € 20.000,00. Vervolgens is op 29 oktober 2013 een overlijdensrisicoverzekering op naam van [slachtoffer 1] aangevraagd voor een bedrag van € 300.000,00. Deze verzekering is op 1 november 2013 afgesloten. Op die datum zijn ook twee andere uitvaartverzekeringen van ieder € 15.000,00 afgesloten. Zeer kort na het afsluiten van deze verzekeringen heeft een wijziging van de begunstigde plaatsgevonden, waarbij als begunstigde de moeder van de verdachte, [betrokkene 7] , is opgenomen. [betrokkene 7] is met de verzekeringspolis van Klaverblad en de wijziging van de begunstigde geconfronteerd. Zij heeft verklaard hier niets van te weten. De verdachte beschikte over kopieën van haar paspoort/ID-kaart en regelde haar financiële zaken, aldus [betrokkene 7] . Op één van de begunstigingswijzigingsbrieven en op één van de enveloppen waarin de brieven verstuurd zijn, zijn vingerafdrukken van de verdachte aangetroffen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d, en de alinea staat in dat document op bytes 58989 tot 60218.