Citaat | Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Onder 7.1.3. Oordeel van het hof Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:PHR:2019:565.

De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat het zou kunnen dat hij bemiddeld heeft bij het aangaan van deze overlijdensrisicoverzekering, maar ook uit het navolgende kan die betrokkenheid worden afgeleid. Immers, in verband met de aanvraag van de verzekering diende [slachtoffer 2] gekeurd te worden. Deze keuring heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van de verdachte op 5 juli 2013. Na een afwijzing van de aanvraag door verzekeringsmaatschappij TAF op 11 juli 2013 heeft de verdachte op 15 juli 2013 naar Cunningham Lindsey gebeld, de risico-analist die door TAF was ingeschakeld, met de vraag waarom de aanvraag voor de levensverzekering was afgewezen. De verdachte heeft zich bij die gelegenheid voorgedaan als [slachtoffer 2] .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a36020b8b2b90ce36207c37fac2760020168a1a2b8c5b552032bf11793b910d, en de alinea staat in dat document op bytes 81185 tot 81954.